ECLI:NL:RBDHA:2024:19149
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland afgewezen
Eiser, met de Angolese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden toegepast vanwege tekortkomingen in de Duitse asielprocedure en opvang, met risico op indirect refoulement in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Hij verwees naar overvolle opvangcentra, geweld en discriminatie in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. Duitsland voldoet aan de relevante verdragsverplichtingen en er is geen aanleiding tot nader onderzoek. Ook is binnen de Dublinprocedure geen beoordeling van indirect refoulement mogelijk zolang het vertrouwensbeginsel geldt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.