ECLI:NL:RBDHA:2024:19199

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2024
Publicatiedatum
21 november 2024
Zaaknummer
NL24.22321
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minister in proceskosten wegens niet tijdige besluitvorming vreemdelingenrecht

De rechtbank Den Haag heeft op 21 november 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht. Verzoekers hadden een beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie. Tijdens de procedure heeft de minister alsnog een beslissing genomen op de aanvraag van verzoekers van 28 augustus 2023.

De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen, waardoor verzoekers geen griffierecht hoefden te betalen. Tevens heeft de rechtbank geoordeeld dat het verzoek om veroordeling van de minister in de proceskosten kennelijk gegrond is, omdat de minister aan verzoekers tegemoet is gekomen.

Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht is de minister veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. Dit bedrag is vastgesteld op basis van een puntensysteem voor beroepskosten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekers wegens niet tijdige besluitvorming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22321

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam]

V-nummer: [nummer]

[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,
gezamenlijk: verzoekers
(gemachtigde: mr. S. Kalu-Mollema),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Overwegingen

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordeling in de vergoeding van de proceskosten.
2. Omdat het verzoek als kennelijk gegrond wordt toegewezen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. Verzoekers hebben verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Verzoekers hoeven dus geen griffierecht te betalen.
4. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
5. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoekers tegemoet is gekomen door tijdens het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoekers van 28 augustus 2023.
6. De rechtbank stelt vast dat de minister in het bericht van 6 november 2024 heeft toegezegd de proceskostenvergoeding aan verzoekers te zullen betalen.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is kennelijk gegrond. Dat betekent dat verzoekers gelijk krijgen.
8. De rechtbank veroordeelt de minister in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
F.Q. Peters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.