Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 30 november 2023 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis als familie- of gezinslid. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, met instemming van partijen.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien is de wettelijke beslistermijn verstreken, ook na verlenging door de minister.
De rechtbank acht het beroep gegrond en stelt een nieuwe beslistermijn van 90 dagen vast, te rekenen vanaf het moment dat de aanvraag volgens het fifo-principe in behandeling wordt genomen, namelijk uiterlijk april 2025, zodat uiterlijk 30 juni 2025 een besluit moet volgen. Voor elke dag overschrijding legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- op, met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 437,50.