Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat de uiterste overdrachtsdatum aan Kroatië op 25 december 2024 ligt en het beroep waarschijnlijk niet voor die datum kan worden behandeld. Het belang van verzoeker om in Nederland op de uitspraak te wachten weegt zwaarder dan het belang van de minister om verzoeker eerder over te dragen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 875. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt geschorst.