ECLI:NL:RBDHA:2024:19281
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verzoek overbrenging naar Nederland op basis van Kamerbriefcriteria
Eiser, afkomstig uit Afghanistan, verzocht op 2 november 2022 om overbrenging naar Nederland vanwege zijn werkzaamheden als site safety manager voor een subcontractor van de internationale militaire missie. Verweerder wees dit verzoek af op grond van het beleid neergelegd in de Kamerbrief van 11 oktober 2021, waarin alleen personen die vóór die datum een verzoek indienden en direct in dienst waren bij Defensie in aanmerking komen.
Eiser betoogde dat hij wel degelijk tot de doelgroep behoort omdat hij substantiële werkzaamheden heeft verricht en dat het beleid te strikt en arbitrair is, onder meer vanwege het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Verweerder erkende in beroep dat de oorspronkelijke afwijzingsgrond onjuist was, maar handhaafde de afwijzing op de grond dat het verzoek niet tijdig was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:46 Awb Pro omdat verweerder een andere afwijzingsgrond toepast dan in het besluit is vermeld. Daarom werd het besluit vernietigd, maar met toepassing van artikel 8:72 Awb Pro bleven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het gevaar voor eiser in Afghanistan konden geen andere uitkomst geven omdat het beleid begunstigend en buitenwettelijk is en het kabinet beleidsruimte heeft.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J.L. van der Waals op 2 september 2024.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.