ECLI:NL:RBDHA:2024:19283
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging Afghanistan wegens niet tijdige indiening
Eiser verzocht op 18 juli 2022 om overbrenging vanuit Afghanistan voor zichzelf en zijn gezin, stellende dat hij als bewaker voor de Nederlandse missie had gewerkt. Verweerder wees het verzoek af omdat eiser niet tot de afgebakende groepen behoorde die in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 waren opgenomen, omdat hij het verzoek niet vóór die datum had ingediend.
Eiser betoogde dat hij wel aan de criteria voldeed en dat het beleid te strikt en onredelijk was, onder meer vanwege het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Ook stelde hij dat hij gevaar liep en verweerder op grond van artikel 3 EVRM Pro een beschermingsplicht had.
De rechtbank oordeelde dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is, waarbij het kabinet beleidsruimte heeft om groepen af te bakenen. Omdat eiser het verzoek na de uiterste datum indiende, valt hij niet binnen de begunstigde groep en is het beroep ongegrond. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk geworden doordat verweerder alsnog een besluit nam, maar verweerder wordt wel veroordeeld in de proceskosten wegens de late beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond verklaard.