ECLI:NL:RBDHA:2024:19333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening, waarbij Nederland Duitsland als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen.
Eiser voert aan dat zijn eerdere asielaanvraag in Duitsland zonder inhoudelijke beoordeling is afgewezen en dat hij geen toegang had tot rechtsmiddelen vanwege taal- en bijstandstekorten. Tevens stelt hij dat hij in Duitsland werd gediscrimineerd en dat overdracht aan Duitsland risico op indirect refoulement inhoudt.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet is geslaagd in de bewijslast om aan te tonen dat het Duitse systeem tekortschiet. De enkele stelling van gebrek aan rechtsbijstand en discriminatie is onvoldoende onderbouwd. Het claimakkoord en de Duitse garanties bieden voldoende waarborgen voor een individuele beoordeling en bescherming tegen refoulement.
De rechtbank ziet geen reden voor de minister om de inhoudelijke behandeling aan zich te trekken en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.