ECLI:NL:RBDHA:2024:19355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlenging overdrachtstermijn wegens onderduiken in Dublinprocedure
Eiser diende op 1 april 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder besloot op 13 september 2024 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. Op 16 september 2024 verlengde verweerder de overdrachtstermijn tot 18 maanden wegens onderduiken van eiser.
Eiser voerde aan dat het besluit berustte op een administratieve fout en dat hij zich niet doelbewust buiten bereik van de autoriteiten had gehouden. Hij verbleef tijdelijk bij een vriend en was steeds onder toezicht van het COA. De rechtbank stelde vast dat eiser op 29 mei 2024 MOB gemeld was wegens afwezigheid, maar dat hij op 5 juni 2024 weer onder toezicht kwam en zich daarna op verschillende AZC-locaties bevond.
De rechtbank oordeelde dat er ten tijde van het bestreden besluit geen sprake was van onderduiken zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. Daarom was de verlenging van de overdrachtstermijn onterecht en vernietigde de rechtbank het besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 1.750 aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.