ECLI:NL:RBDHA:2024:19380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing naturalisatie wegens ontbreken tijdige gronden
Eiser diende op 23 november 2021 een verzoek tot naturalisatie in, dat op 2 mei 2023 werd afgewezen vanwege twijfel over zijn identiteit en nationaliteit. Eiser maakte op 5 juni 2023 bezwaar, maar diende geen gronden van bezwaar in. Verweerder verzocht op 28 juni 2023 om binnen twee weken de gronden aan te leveren, met de waarschuwing dat het bezwaar anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard.
Eiser stelde op 17 augustus 2023 dat hij de gevraagde stukken nog niet had ontvangen, maar verweerder kon aantonen dat de brief en het dossier op 28 juni 2023 naar het juiste adres waren verzonden. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift geen gronden bevatte en dat er ook daarna geen gronden zijn ingediend.
Daarom was het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding om de inhoudelijke gronden te behandelen en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdige gronden, en het beroep is ongegrond.