Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] ,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De eiser, een Nigerese staatsburger, vroeg op 26 januari 2024 asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling, zoals vastgesteld op grond van de Dublinverordening. Frankrijk had een visum afgegeven dat nog geldig was ten tijde van de asielaanvraag in Nederland en had het verzoek tot overname aanvaard.
Eiser voerde aan dat het verzoek tot terugname niet tijdig was ingediend en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing was vanwege zijn eerdere ervaringen en de vrees voor onverschillige behandeling in Frankrijk. De rechtbank verwierp deze gronden, mede omdat eiser geen asielaanvraag in Frankrijk had ingediend en onvoldoende onderbouwing gaf van bijzondere, individuele omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de Franse autoriteiten de asielaanvraag zullen behandelen conform Europese richtlijnen en internationale verplichtingen. Er is geen sprake van een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.