Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 28 augustus 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had op 1 oktober 2024 een verzoek tot terugname bij Duitsland ingediend, dat op 4 oktober 2024 werd geaccepteerd.
Eiser betoogde dat hij zijn asielaanvraag in Duitsland niet had ingetrokken en dat hij door de overdracht in een slechtere positie zou komen, mede vanwege problemen met rechtsbijstand in Duitsland. De rechtbank stelde vast dat het terugnameverzoek van Nederland alle relevante informatie bevatte en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn aanvraag in Duitsland had ingetrokken.
Verder oordeelde de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen. De enkele stelling van eiser over problemen met rechtsbijstand en openstaande boetes was onvoldoende om toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening te rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.