Uitspraak
Internationale kinderontvoering
Beschikking in het kader van het op 6 december 2023 ingekomen verzoek van:
[vader] ,
[moeder] ,
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De vader verzocht de rechtbank om teruggeleiding van zijn minderjarige kinderen naar Libië op grond van internationale kinderontvoering. De kinderen verblijven sinds november 2022 met de moeder in Nederland, waar zij asiel hebben aangevraagd en inmiddels geïntegreerd zijn, onder meer door schoolbezoek en sociale contacten.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een ongeoorloofde overbrenging naar Nederland, aangezien het gezin gezamenlijk met een vakantievisum arriveerde en daarna asiel aanvroeg. Ook was er geen sprake van ongeoorloofde vasthouding door de moeder op de door de vader aangevoerde momenten.
De rechtbank stelde vast dat de gewone verblijfplaats van de kinderen vóór 6 december 2023 was gewijzigd naar Nederland, gelet op hun integratie en het feit dat het verblijf niet tijdelijk was. Daarom kon het verzoek tot teruggeleiding niet worden toegewezen.
Het verzoek om voorlopige voogdij en kostenvergoeding werd eveneens afgewezen. De rechtbank bepaalde dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt en beëindigde de werkzaamheden van de bijzondere curator, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige kinderen naar Libië wordt afgewezen omdat hun gewone verblijfplaats in Nederland is komen te liggen.