Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit overdrachtsbesluit kan leiden tot uitzetting van verzoeker naar Duitsland. Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om schorsing van het besluit en een verbod op uitzetting.
De voorzieningenrechter overweegt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat verzoeker op elk moment kan worden overgedragen en de uiterste overdrachtsdatum 17 januari 2025 is. De behandeling van het beroep is aangehouden omdat verweerder een medisch advies zal inwinnen bij het Bureau Medische Advisering (BMA), waardoor niet vóór de overdrachtstermijn op het beroep kan worden beslist.
Gezien het belang van verzoeker om de uitkomst van het beroep in Nederland af te wachten en het belang van verweerder bij zorgvuldig onderzoek, wordt het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen. Het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep is beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker van € 875.