ECLI:NL:RBDHA:2024:19633
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdrachtsbesluit asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen in Nederland gedaan. De minister stelde eerdere aanvragen buiten behandeling vanwege vertrek met onbekende bestemming. Op grond van Eurodac bleek dat Zwitserland verantwoordelijk was voor de asielaanvraag, waarna een overdrachtsbesluit werd genomen.
Na een claim van Duitsland en het accepteren daarvan door Zwitserland, werd Duitsland verantwoordelijk geacht. De minister diende tijdig een terugnameverzoek in bij Duitsland en nam een overdrachtsbesluit om eiser aan Duitsland over te dragen. Eiser stelde dat de termijn voor het indienen van het terugnameverzoek pas begon bij de overdracht van verantwoordelijkheid en dat Nederland daardoor verantwoordelijk bleef.
De rechtbank oordeelde dat de termijn pas begint te lopen zodra de verzoekende lidstaat feitelijk over de benodigde informatie beschikt, wat in deze zaak pas in juni 2024 was. Daarnaast is eiser niet als bijzonder kwetsbaar aangemerkt op grond van medische omstandigheden, omdat hij dit onvoldoende heeft onderbouwd en de medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn.
Het beroep tegen het overdrachtsbesluit is daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft de asielaanvraag niet in behandeling te nemen.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit aan Duitsland is ongegrond verklaard.