ECLI:NL:RBDHA:2024:20151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 september 2024 waarin de minister de overdrachtstermijn aan Duitsland verlengde wegens onderduiken op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 28 november 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de minister het besluit aanvankelijk onvoldoende heeft gemotiveerd. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat onderduiken betekent dat een vreemdeling doelbewust buiten bereik van de autoriteiten blijft om overdracht te voorkomen. De minister had moeten specificeren welke gedragingen dit aantonen. Ter zitting is deze onderbouwing alsnog gegeven, waarbij is gewezen op het vertrek van eiser met onbekende bestemming en het niet naleven van de meldplicht.
De rechtbank concludeert dat de minister op grond van deze feiten terecht heeft geoordeeld dat sprake is van onderduiken. Omdat eiser niet is verschenen en dit standpunt niet heeft betwist, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van € 875,- toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; eiser krijgt een proceskostenvergoeding van € 875,-.