ECLI:NL:RBDHA:2024:19635
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 21 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eerder heeft de rechtbank deze maatregel getoetst en als rechtmatig beoordeeld. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of er sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 8 oktober 2024 nog steeds sprake was van rechtmatigheid van de maatregel. Eiser voerde aan dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt vanwege het uitblijven van een reactie op de laissez-passer aanvraag en onduidelijkheid over de presentatie aan de Algerijnse autoriteiten. Dit betoog werd verworpen omdat de aanvraag in behandeling is en enige tijd voor afhandeling is toegestaan.
Verder stelde eiser dat de minister onvoldoende voortvarend handelt bij de uitzetting. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend is, gelet op het vertrekgesprek van 24 oktober 2024 en de rappellering op 14 november 2024, ook al was deze iets later dan gebruikelijk. Eiser ondernam zelf onvoldoende stappen om zijn terugkeer te bespoedigen, zoals het verkrijgen van documenten.
De rechtbank zag geen aanleiding om af te wijken van eerdere rechtmatigheidsbeoordelingen en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.