ECLI:NL:RBDHA:2024:19750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens schending non-refoulement bij buitenbehandelingstelling asielaanvraag Oekraïense vreemdeling
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende vreemdeling, diende een verzoek in voor tijdelijke bescherming en een asielaanvraag in Nederland. De minister stelde deze aanvragen buiten behandeling omdat eiser niet binnen de gestelde termijn van vier weken zijn aanvraag bij de IND had geformaliseerd en ondertekend, zoals vereist volgens de Werkinstructie 2022/17 en artikel 3.108 Vbis.
Eiser voerde aan dat hij wel een afspraak had gemaakt bij de IND, maar dat deze eenzijdig was geannuleerd. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig melden en het niet bellen van de IND om uitstel te vragen niet verschoonbaar was. De buitenbehandelingstelling van het verzoek werd daarom terecht gehandhaafd.
Daarnaast legde de minister een terugkeerbesluit op, maar dit besluit bevatte geen deugdelijke motivering omtrent het beginsel van non-refoulement. De rechtbank verwees naar het recente arrest Ararat van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat dit beginsel in alle fasen van de terugkeerprocedure moet worden geëerbiedigd.
De rechtbank concludeerde dat het terugkeerbesluit niet zonder nader onderzoek en motivering had mogen worden opgelegd en vernietigde dit onderdeel van het besluit. De minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd eiser een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het non-refoulementbeginsel en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.