ECLI:NL:RBDHA:2024:19797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij uitstel van vertrek
Eiseres had een verzoek ingediend om uitstel van vertrek uit Nederland op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd door de minister op 9 mei 2023 afgewezen, waarna ook het bezwaar van eiseres op 21 juni 2024 werd afgewezen. Eiseres ging in beroep tegen deze afwijzing bij de rechtbank Den Haag.
Tijdens de procedure werd aan eiseres op 24 oktober 2024 een verblijfsvergunning regulier verleend onder de beperking 'medische behandeling', waardoor haar verblijfsrecht tot 2 november 2025 is gewaarborgd en zij geen vertrekplicht meer heeft. Hierdoor kan het beroep tegen de eerdere afwijzing van het uitstel van vertrek geen feitelijke betekenis meer hebben.
De rechtbank toetste ambtshalve het procesbelang en concludeerde dat dit ontbreekt omdat het resultaat van de procedure niet meer relevant is voor eiseres. Een principieel belang of de erkenning van onrechtmatigheid volstaat niet. Ook het verzoek om proceskosten leidt niet tot procesbelang.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk in op het bestreden besluit. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en geen vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.