Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
,verweerder, (gemachtigde: mr. A. Houben).
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Turkse en Syrische nationaliteit, heeft asiel aangevraagd in Nederland vanwege deelname aan demonstraties in Syrië en vermeende vervolging. Na vlucht naar de Koerdische Autonome Regio in Irak en vervolgens via Turkije naar Nederland, werd zijn aanvraag afgewezen omdat hij in Turkije geen reëel risico op ernstige schade loopt.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een band met Turkije niet betekent dat eiser zich niet in Turkije kan vestigen. De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn Syrisch-Koerdische achtergrond in Turkije wordt vervolgd of ernstig wordt gediscrimineerd. Ook het risico op indirecte uitzetting naar Syrië is niet voldoende onderbouwd.
Verder constateert de rechtbank een kennelijke verschrijving in het terugkeerbesluit, waarin abusievelijk Syrië als terugkeerland is genoemd in plaats van Turkije. Dit leidt niet tot gevolgen voor het oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.