ECLI:NL:RBDHA:2024:19845
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandelingstelling asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming niet-ontvankelijk verklaard
Eiser, een Pakistaanse asielzoeker, diende op 3 september 2024 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in. Na zijn invrijheidstelling uit strafrechtelijke detentie op 10 september 2024 vertrok eiser met onbekende bestemming, waarna de Minister van Asiel en Migratie zijn asielaanvraag buiten behandeling stelde op 11 oktober 2024.
Eiser betwistte dit besluit en stelde dat hij onterecht werd vastgezet wegens een vals paspoort en dat hij onvoldoende gelegenheid had om een zienswijze in te dienen. De rechtbank onderzocht of eiser nog procesbelang had, mede aan de hand van contact met zijn gemachtigde na de MOB-melding.
De rechtbank concludeerde dat er geen recent contact was en dat eiser zich niet meer had gemeld, waardoor hij geen belang meer had bij de behandeling van het beroep. Tevens oordeelde de rechtbank dat het besluit voldeed aan de wettelijke voorwaarden. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandelingstelling van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.