ECLI:NL:RBDHA:2024:19845

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 november 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
NL24.40816
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c VwVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen buiten behandelingstelling asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming niet-ontvankelijk verklaard

Eiser, een Pakistaanse asielzoeker, diende op 3 september 2024 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in. Na zijn invrijheidstelling uit strafrechtelijke detentie op 10 september 2024 vertrok eiser met onbekende bestemming, waarna de Minister van Asiel en Migratie zijn asielaanvraag buiten behandeling stelde op 11 oktober 2024.

Eiser betwistte dit besluit en stelde dat hij onterecht werd vastgezet wegens een vals paspoort en dat hij onvoldoende gelegenheid had om een zienswijze in te dienen. De rechtbank onderzocht of eiser nog procesbelang had, mede aan de hand van contact met zijn gemachtigde na de MOB-melding.

De rechtbank concludeerde dat er geen recent contact was en dat eiser zich niet meer had gemeld, waardoor hij geen belang meer had bij de behandeling van het beroep. Tevens oordeelde de rechtbank dat het besluit voldeed aan de wettelijke voorwaarden. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandelingstelling van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40816 (beroep) en NL24.40817 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. H.M. Pot),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Sarmastzada).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de buiten behandelingstelling van zijn asielaanvraag. Hij heeft op 3 september 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 11 oktober 2024 deze aanvraag in de algemene procedure buiten behandeling gesteld.
1.1.
Eiser heeft op 18 oktober 2024 beroep ingesteld en de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2024 op zitting behandeld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De gemachtigde van eiser heeft voorafgaand aan de zitting laten weten dat de zaak op de stukken kan worden afgedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser stelt de Pakistaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2004. Eiser heeft op 3 september 2024 een asielaanvraag ingediend.
Het bestreden besluit
3. Verweerder heeft de asielaanvraag buiten behandeling gesteld, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken na zijn invrijheidstelling na strafrechtelijke detentie op 10 september 2024. Verweerder heeft in het voornemen van 24 september 2024 eiser de gelegenheid gegeven om binnen twee weken opnieuw contact op te nemen. Daarbij heeft verweerder ook aangegeven dat eisers asielaanvraag buiten behandeling wordt gesteld als dat niet gebeurt. Bij besluit van 11 oktober 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld.
Wat vindt eiser?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en verwijst naar het proces-verbaal van bevindingen van 3 september 2024. Eiser is vastgezet omdat hij een vals paspoort bij zich had. Dit gebeurt bij andere asielzoekers met een vals paspoort doorgaans niet. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt eveneens dat het verhoor niet bepaald vriendelijk is verlopen. Daardoor is eiser kopschuw geworden. Ook is eiser het niet eens met het opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod. Eiser heeft geen tijd gehad om de zaak met zijn gemachtigde te bespreken om een zienswijze in te kunnen dienen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Procesbelang
5. Volgens de uitspraak [1] van de hoogste bestuursrechter [2] van 1 juli 2024 heeft een vreemdeling belang bij zijn beroep of hoger beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding [3] blijkt dat er nog contact wordt onderhouden met de vreemdeling over de procedure.
5.1.
Verweerder heeft op 5 november 2024 de rechtbank verzocht om te onderzoeken of eiser nog procesbelang heeft, omdat eiser zich niet meer heeft gemeld sinds zijn vrijlating uit strafrechtelijke detentie. De rechtbank heeft hierop de gemachtigde van eiser verzocht om aan te geven of zij nog contact heeft met haar cliënt. De gemachtigde heeft aangegeven dat zij eenmaal, ver weg, nog contact heeft gehad met eiser. Uit dit bericht, waaruit blijkt dat er eenmaal contact is geweest en dat dit contact kennelijk een tijd geleden was, kan de rechtbank niet afleiden dat eiser na de MOB-melding nog contact heeft met zijn gemachtigde over de procedure. Verder heeft verweerder ter zitting aangegeven dat niet gebleken is dat eiser zich inmiddels weer gemeld heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser gelet op het bovenstaande geen belang meer bij de behandeling van zijn beroep.
5.2.
Ten overvloede oordeelt de rechtbank dat uit deze gang van zaken tevens blijkt dat het besluit voldoet aan de voorwaarden van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, Vw. [4]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Nu er op het beroep is beslist, zal het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen vanwege een gebrek aan connexiteit.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.ECLI:NL:RVS:2024:2662, zie met name rechtsoverweging 2.7.
2.De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3.De melding dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
4.Vreemdelingenwet 2000.