ECLI:NL:RBDHA:2024:1989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige voortduring
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser had tevens een verzoek tot herziening ingediend naar aanleiding van een eerdere uitspraak. De rechtbank oordeelde dat het herzieningsverzoek niet ontvankelijk was omdat de nieuwe feiten reeds bekend waren bij eiser en geen aanleiding gaven tot een andere uitspraak.
De beoordeling van het beroep richtte zich op de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel na het sluiten van het onderzoek op 29 december 2023. De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was, maar dat de belangenafweging na 180 dagen niet tijdig was gemaakt, waardoor de voortzetting van de bewaring vanaf 3 januari 2024 onrechtmatig was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld in het uitzettingstraject naar Marokko, waarbij onder meer herhaaldelijk contact was geweest met de Marokkaanse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser was gevoerd. Omdat eiser twee dagen langer dan toegestaan in bewaring was gehouden, kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €200,-.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.750,-. Er werd geen hoger beroep toegestaan tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is opgeheven en eiser ontvangt een schadevergoeding van €200,- voor twee dagen onrechtmatige bewaring.