Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 16 augustus 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 16 september 2024 niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming geniet in Duitsland. Eiser betwist dit en voert aan dat hij geen verblijfsstatus meer heeft in Duitsland, dat hij daar een uitzichtloos toekomstscenario tegemoet gaat en dat hij risico loopt op indirect-refoulement naar Syrië.
De rechtbank onderzocht de feiten en oordeelde dat uit recente Eurodac- en Dacty-onderzoeken blijkt dat eiser sinds 2016 een vluchtelingenstatus in Duitsland heeft, dat zijn verblijfsvergunning is ingetrokken maar dat hem een Duldung is verstrekt die geldig is tot december 2025. Deze Duldung beëindigt de internationale beschermingsstatus niet. Eiser heeft onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat zijn beschermingsstatus is beëindigd of dat Duitsland het non-refoulementbeginsel niet naleeft.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Duitsland risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Duitsland.