Eiser, van Ethiopische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat het besluit motiveringsgebreken vertoonde en dat hij in Polen risico loopt op onmenselijke behandeling, detentie en gebrek aan onafhankelijke rechtspraak.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen, mede gebaseerd op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in Polen wordt blootgesteld aan fundamentele systeemfouten of onrechtmatige behandeling na overdracht.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond, waardoor het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand blijft en eiser mag worden overgedragen aan Polen. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.