ECLI:NL:RBDHA:2024:19980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 19 november 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van Kroatië als verantwoordelijke lidstaat, mede omdat Kroatië het claimverzoek heeft geaccepteerd en de eerste Eurodac-treffer van eiser op Kroatië betrekking heeft. De stelling van eiser dat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn, wordt onvoldoende onderbouwd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kan worden vanwege fundamentele systeemfouten in Kroatië, zoals ondermaatse opvang en pushbacks. De rechtbank volgt dit niet, verwijzend naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië is bevestigd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat klagen bij de Kroatische autoriteiten onmogelijk of zinloos is.
De rechtbank concludeert dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen aanleiding is om de asielaanvraag naar zich toe te trekken. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eiser kan worden overgedragen aan Kroatië.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen; overdracht aan Kroatië blijft mogelijk.