Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
als rechtsopvolger van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Inleiding
[geboortedatum] . Op 22 november 2021 heeft eiser een tweede opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 29 maart 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Beoordeling door de rechtbank
Huidige aanvraag
Het bestreden besluit
5 oktober 2023 verzocht wordt toegedichte afvalligheid of toegedicht christen zijn te beoordelen en niet afvalligheid als losstaand relevant element. Omdat de vorige afwijzing in rechte is komen vast te staan, is daarmee ook de ongeloofwaardigheid van de afvalligheid vast komen te staan en is de minister naar het oordeel van de rechtbank niet gehouden dit opnieuw te beoordelen. Dit is slechts anders als in de opvolgende aanvraag met betrekking tot dit specifieke element nieuwe feiten en omstandigheden naar voren worden gebracht. Hiervan is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister afvalligheid niet als relevant element heeft hoeven beoordelen.