ECLI:NL:RBDHA:2024:20174
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid van gegronde vrees voor vervolging in Turkije
Eiser, van Turkse nationaliteit en Koerdische afkomst, verzocht asiel in Nederland wegens vermeende discriminatie in Turkije. Hij stelde dat hij vanwege zijn Koerdische etniciteit werd uitgesloten van maatschappelijke deelname en vreest discriminatie bij militaire dienstplicht. De minister van Asiel en Migratie wees het verzoek af omdat de discriminatie niet zodanig ernstig was dat het functioneren onmogelijk werd gemaakt en geen reëel risico op ernstige schade bestond.
De rechtbank oordeelde dat het besluit correct was genomen zonder ondertekening, omdat het onder een regulier afdoeningsmandaat viel. De rechtbank achtte het nieuwe asielmotief over de militaire dienstplicht ongeloofwaardig omdat dit pas laat werd ingebracht zonder verschoonbare reden en onvoldoende concreet was onderbouwd.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser geen oproep voor dienstplicht had ontvangen en dat Turkse dienstplichtigen niet bij gevechtshandelingen worden ingezet. Ook het rapport over discriminatie in het leger was onvoldoende om een reëel risico aannemelijk te maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.