ECLI:NL:RVS:2024:1090
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 februari 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde en geen proceskostenvergoeding toekende. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend, ondanks dat het besluit van de staatssecretaris gebrekkig was omdat het niet was ondertekend. Dit is in strijd met artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De overige grieven van de vreemdeling leiden niet tot vernietiging van de uitspraak, omdat zij geen nieuwe rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze geen proceskostenvergoeding toekende, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.