ECLI:NL:RBDHA:2024:20178
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
Eiser, met de Libische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt voor Zwitserland vanwege vermeende schendingen van het recht op een eerlijk proces en discriminatie, en verwees naar het AIDA-rapport en een rapport over racisme en vreemdelingenhaat. Hij verzocht de processtukken als herhaald en ingelast te beschouwen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zwitserland tekortkomingen vertoont die een risico op een oneerlijke behandeling opleveren. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing. Ook was er geen grond voor toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro om de aanvraag in Nederland te behandelen.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M.M. Meijers.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.