ECLI:NL:RBDHA:2024:20179
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië afgewezen
Eiser, met Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat het besluit in strijd is met diverse artikelen van de Awb, de Dublinverordening, het Handvest en het EVRM, en verwees naar risico's op pushbacks, ontoereikende opvangvoorzieningen in Kroatië, en persoonlijke bedreigingen door mensensmokkelaars. Tevens voerde hij aan dat hij bijzondere afhankelijkheid heeft van familieleden in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook was geen sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigen.
Daarom is het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De rechtbank wees het beroep af en kende geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.