ECLI:NL:RBDHA:2024:20196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens internationale bescherming in Bulgarije bevestigd
Eiseres, van Syrische nationaliteit, verzocht asiel in Nederland nadat zij internationale bescherming had gekregen in Bulgarije. De minister verklaarde haar asielaanvraag niet-ontvankelijk omdat zij al bescherming geniet in Bulgarije. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat terugkeer onredelijk is vanwege trauma’s, dreiging van ontvoering door haar ex-man en slechte omstandigheden voor statushouders in Bulgarije.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Bulgarije haar internationale verdragsverplichtingen schendt of dat zij daar een reëel risico loopt op mensonterende behandeling. De rechtbank verwees naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het arrest Ibrahim, waarbij een hoge drempel geldt voor het aannemen van schendingen van het Handvest.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangen van de minderjarige kinderen voldoende zijn betrokken en dat eiseres zich tot de Bulgaarse autoriteiten moet wenden voor bescherming. De gestelde gezinsband met haar huidige echtgenoot werd niet aannemelijk gemaakt in deze procedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres moet terugkeren naar Bulgarije.