ECLI:NL:RVS:2023:3967
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen Syrische statushouders wegens Bulgaarse bescherming
De staatssecretaris verklaarde asielaanvragen van Syrische vreemdelingen niet-ontvankelijk omdat zij internationale bescherming in Bulgarije hadden gekregen. De vreemdelingen betoogden dat hun Bulgaarse verblijfsdocumenten waren verlopen en dat nieuwe Bulgaarse wetgeving intrekking van bescherming mogelijk maakt. De rechtbank vernietigde de besluiten en oordeelde dat de bescherming waarschijnlijk was beëindigd.
In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat het verlopen van verblijfsdocumenten slechts leidt tot een intrekkingsprocedure, niet tot automatische beëindiging van bescherming. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de Bulgaarse wetgeving en praktijk, waaronder rapporten en uitspraken, en concludeerde dat intrekking niet automatisch plaatsvindt en dat de bescherming in Bulgarije in beginsel nog geldt.
De vreemdelingen maakten niet aannemelijk dat hun bescherming was beëindigd. De Afdeling oordeelde ook dat de algemene situatie in Bulgarije voor statushouders niet zo slecht is dat zij risico lopen op schending van fundamentele rechten. Wel werd geoordeeld dat de aanvraag van de in Nederland geboren jongste dochter ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraken van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris, en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van de situatie van het gezin en de verantwoordelijkheid voor de aanvraag van de jongste dochter.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd en nieuwe besluiten moeten worden genomen, waarbij de asielaanvraag van de jongste dochter apart wordt beoordeeld.