Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
- NL23.38165 (voorlopige voorziening verzoeker I);
- NL23.38169 (voorlopige voorziening verzoekster);
- NL23.38173 (voorlopige voorziening verzoeker II).
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben asiel aangevraagd in Nederland, maar de staatssecretaris heeft hun aanvragen niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk wordt gehouden op grond van de Dublinverordening. Verzoekers stelden beroepen in tegen deze besluiten en vroegen om voorlopige voorzieningen om overdracht aan België te voorkomen totdat de beroepen zijn beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er een spoedeisend belang is vanwege het naderende einde van de overdrachtstermijn en dat het belang van verzoekers om in Nederland op hun beroepen te wachten zwaarder weegt dan het belang van overdracht. De overdrachtstermijn wordt door deze uitspraak gestuit.
De voorlopige voorzieningen worden toegewezen, de bestreden besluiten geschorst en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De voorlopige voorzieningen worden toegewezen en de overdracht aan België geschorst totdat op de beroepen is beslist.