ECLI:NL:RBDHA:2024:2021

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
NL23.38165, NL23.38169, NL23.38173.
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht 2024
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht aan België in Dublinprocedure toegewezen

Verzoekers hebben asiel aangevraagd in Nederland, maar de staatssecretaris heeft hun aanvragen niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk wordt gehouden op grond van de Dublinverordening. Verzoekers stelden beroepen in tegen deze besluiten en vroegen om voorlopige voorzieningen om overdracht aan België te voorkomen totdat de beroepen zijn beslist.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er een spoedeisend belang is vanwege het naderende einde van de overdrachtstermijn en dat het belang van verzoekers om in Nederland op hun beroepen te wachten zwaarder weegt dan het belang van overdracht. De overdrachtstermijn wordt door deze uitspraak gestuit.

De voorlopige voorzieningen worden toegewezen, de bestreden besluiten geschorst en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De voorlopige voorzieningen worden toegewezen en de overdracht aan België geschorst totdat op de beroepen is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummers:
  • NL23.38165 (voorlopige voorziening verzoeker I);
  • NL23.38169 (voorlopige voorziening verzoekster);
  • NL23.38173 (voorlopige voorziening verzoeker II).
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 februari 2024 in de zaken tussen

[verzoeker 1] , (verzoeker I),

V-nummer: [v-nummer 1] ;
[verzoekster] ,(verzoekster),
V-nummer: [v-nummer 2] ,
mede namens haar minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] ,V-nummer: [v-nummer 3] ;
[minderjarige 2] ,V-nummer: [v-nummer 4] ;
[minderjarige 3] ,V-nummer: [v-nummer 5] ; en
[verzoeker 2] ,(verzoeker II),
V-nummer: [v-nummer 6] ;
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. A.A. van Harmelen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. G. Wischoff).

Procesverloop

1.1
Verzoekers hebben op 28 juli 2023 asiel aangevraagd in Nederland.
1.2
Bij de bestreden besluiten van 4 december 2023 heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat België daarvoor verantwoordelijk is.
1.3
Verzoekers hebben bij de rechtbank beroepen (NL23.38164, NL23.38168 en NL23.38172) ingesteld tegen de bestreden besluiten.
1.4
Ook hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen (NL23.38165, NL23.38169 en NL23.38173) te treffen, zodat zij niet overgedragen worden aan België, totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op hun beroepen.
1.5
De beroepen en de verzoeken om voorlopige voorzieningen zijn op 13 februari 2024 gezamenlijk op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, W.I. Katchour als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende spoedeisend belang aanwezig is voor het treffen van voorlopige voorzieningen, gelet op het naderende einde van de uiterste overdrachtstermijn op 18 maart 2024 en het belang van verzoekers om niet te worden overgedragen voordat op de beroepen is beslist.
4. Het belang van verzoekers om de uitspraak op hun beroepen in Nederland te mogen afwachten weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan het belang van verweerder om hen op dit moment aan België te kunnen overdragen. De voorzieningenrechter overweegt dat het meer tijd vergt om een goede beslissing op de beroepen te nemen en weegt hierbij mee dat de uiterste overdrachtstermijn door deze uitspraak wordt gestuit.
5. De voorzieningenrechter wijst om die reden de verzoeken om een voorlopige voorziening toe, schorst de bestreden besluiten en bepaalt dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan België totdat op de beroepen tegen de bestreden besluiten is beslist.
6. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht 2024 vastgesteld op € 1.750,- (1 punt voor het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1). Omdat het hier gaat om samenhangende zaken, waarin voor alle verzoeken dezelfde gronden zijn ingediend, kent de voorzieningenrechter op grond van vaste rechtspraak [1] slechts éénmaal proceskostenvergoeding toe. Verweerder moet dit bedrag aan de gemachtigde van verzoekers betalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening toe;
- bepaalt dat de bestreden besluiten worden geschorst en dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan België totdat is beslist op de beroepen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier, op de openbare zitting van 13 februari 2024.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1592.