ECLI:NL:RVS:2023:1592
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning mandelige keldermuur Utrecht
Appellant, eigenaar van een pand in Utrecht, verzocht om een omgevingsvergunning voor het reconstrueren van een mandelige keldermuur tussen zijn pand en dat van een buurman. Het college stelde het verzoek buiten behandeling omdat de eigenaar van het aangrenzende pand geen toestemming had gegeven, waardoor appellant volgens het college geen belanghebbende was en het verzoek geen aanvraag in de zin van de Awb.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant wel belanghebbende is bij het verzoek om de vergunning, ook zonder toestemming van de buurman, en dat het verzoek wel degelijk een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb is.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en gelastte het college opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Proceskosten werden niet toegekend omdat deze reeds in een samenhangende zaak waren vergoed.
De uitspraak bevestigt dat eigenaren van panden met mandelige muren belanghebbenden zijn bij vergunningaanvragen voor reconstructie, ook zonder toestemming van de mede-eigenaar, en benadrukt het belang van een correcte beoordeling van het belanghebbende criterium in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college worden vernietigd, en het college wordt gelast opnieuw te beslissen.