ECLI:NL:RBDHA:2024:20259
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure afgewezen
De rechtbank Den Haag heeft op 25 oktober 2024 het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van 6 september 2024 waarbij de minister de asielaanvraag niet in behandeling nam. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname aan Duitsland heeft gedaan. Duitsland heeft dit verzoek geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat er in Duitsland sprake is van systeemfouten in de asielprocedure en opvang, waaronder onvoldoende toegang tot rechtsbijstand en een te korte beroepstermijn. Ook stelde hij dat hij risico loopt op geweld en discriminatie door rechtsextremisten en dat de Duitse autoriteiten hem onvoldoende bescherming bieden. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een uitzonderlijke situatie vormen.
Daarnaast wees de rechtbank het argument van indirect refoulement af omdat toetsing daarvan in een Dublinprocedure niet is toegestaan. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening inzake medische behandeling werd verworpen, omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij in Duitsland geen adequate zorg kan krijgen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft en overdracht aan Duitsland mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft mogelijk.