ECLI:NL:RBDHA:2024:20366
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen geplande datum asielgehoor
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de door de minister vastgestelde datum van het gehoor over zijn asielaanvraag, gepland op 10 december 2024, en verzocht om uitstel naar januari 2025. De minister handhaafde de datum en stelde dat de uitnodiging geen besluit is waartegen bezwaar mogelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het plannen van een datum voor het gehoor een voorbereidende handeling is en geen rechtens relevante handeling in de zin van de Vreemdelingenwet. Hierdoor is het niet mogelijk om zelfstandig rechtsmiddelen in te zetten tegen deze planning.
Het bezwaar heeft daarom waarschijnlijk geen kans van slagen en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De minister hoeft het gehoor niet te verplaatsen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de geplande datum van het asielgehoor wordt afgewezen.