ECLI:NL:RBDHA:2024:20407
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van omgevingsvergunning dakopbouw ondanks strijd met bestemmingsplan
De zaak betreft een beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een dakopbouw op een woning aan de [adres] te Den Haag. De vergunning is verleend ondanks strijd met het geldende bestemmingsplan "Vruchten- en Heesterbuurt" uit 2011, waarbij verweerder de kruimelgevallenregeling toepaste.
Eiseres betoogde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de vergunningverlening het democratisch proces van het bestemmingsplan ondermijnde. Verweerder verwees onder meer naar het ontwerpbestemmingsplan "Vruchten- en Heesterbuurt 2020" waarin de dakopbouw was voorzien, en stelde dat de dakopbouw ruimtelijk aanvaardbaar was vanwege een ruime setback en geringe inkijk.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat de vergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De afstand tussen de woningen maakt inkijk gering en de vergunningverlening leidt niet tot een plicht tot aanhouding van de beslissing totdat het nieuwe bestemmingsplan definitief is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw wordt ongegrond verklaard.