ECLI:NL:RBDHA:2024:20420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in het kader van de grensprocedure. Eiser betoogt dat hij te lang in de luchthavenlounge heeft verbleven en dat zijn asielaanvraag niet binnen de gestelde termijn kan worden afgehandeld.
De rechtbank overweegt dat het verblijf in de lounge voor de duur van één nacht acceptabel is en dat het verblijf van eiser tussen 7 en 9 november 2024 niet aan verweerder kan worden toegerekend. Verder is vastgesteld dat eiser niet volledig gedocumenteerd is, onder meer omdat hij met een paspoort reist dat niet van hem is en hij dit paspoort is kwijtgeraakt.
De rechtbank stelt dat verweerder nog voldoende tijd heeft om binnen de redelijke termijn van de Procedurerichtlijn een beslissing te nemen. Gezien het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.