Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 31 januari 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, omdat partijen hiermee instemden.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd, heeft overschreden. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is. De rechtbank past het fifo-principe toe en bepaalt dat de minister uiterlijk 29 september 2025 een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een bestuurlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres van €437,50.