In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 november 2023 waarin zij het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaarde en de minister een beslistermijn van vier weken oplegde met een dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 7.500. Ondanks deze uitspraak heeft de minister niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen, waardoor het beroep opnieuw is ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister wederom niet tijdig heeft beslist en de dwangsom is verbeurd. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op, rekening houdend met het fifo-principe dat door de minister wordt gehanteerd. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500.
Daarnaast wordt eiseres vrijstelling van griffierecht toegekend en wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van € 437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit, en is gepubliceerd op 9 december 2024.