ECLI:NL:RBDHA:2024:20521
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verlenging overdrachtstermijn in vreemdelingenrecht ongegrond verklaard
Eiser diende op 17 januari 2024 een asielaanvraag in, die op 9 juli 2024 werd afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk was. De overdracht naar Kroatië stond gepland op 23 september 2024, maar kon niet plaatsvinden omdat eiser bij een vriend verbleef en niet op het AZC was. De minister verlengde daarop de overdrachtstermijn wegens onderduiken.
Eiser voerde aan dat hij ziek was en niet in staat was om dit tijdig te melden aan het COa of de minister, en dat hij zich verder aan zijn verplichtingen had gehouden. Hij overhandigde een medisch document van een afspraak bij een orthopeed op 7 oktober 2024. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van een onderduiksituatie, omdat eiser zijn woonplaats had verlaten zonder dit te melden terwijl hij op de hoogte was van zijn verplichtingen.
De rechtbank vond de stelling van eiser onvoldoende onderbouwd en zag geen reden waarom hij niet tijdig contact had kunnen opnemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister mocht de overdrachtstermijn verlengen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn is ongegrond verklaard en de minister mocht de overdracht naar Kroatië verlengen.