De rechtbank Den Haag heeft op 2 december 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de verlenging van een maatregel van bewaring opgelegd aan een vreemdeling op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was oorspronkelijk opgelegd op 4 mei 2024 en verlengd met maximaal twaalf maanden op 30 oktober 2024. Eiser stelde beroep in tegen deze verlenging en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de minister de maatregel rechtmatig mocht verlengen. De minister voerde aan dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn terugkeer en dat de benodigde documentatie uit derde landen nog ontbreekt. Eiser stelde dat hij wel meewerkt en dat de minister onvoldoende voortvarend is in het verkrijgen van een laissez-passer. De rechtbank oordeelde dat er voldoende gronden zijn voor verlenging, dat de minister maandelijks rappelleert bij de Algerijnse autoriteiten en dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Verder voerde eiser medische klachten aan als reden voor opheffing van de maatregel. De rechtbank stelde dat de minister de belangenafweging juist heeft gemaakt, waarbij het onttrekkingsrisico en het zicht op uitzetting zwaarder wegen dan de medische omstandigheden. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om schadevergoeding af.