ECLI:NL:RBDHA:2024:2058
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag beoordeeld. Verweerder had de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat Kroatië niet meer aan zijn internationale verplichtingen voldoet en dat er een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege zijn medische situatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat lidstaten mogen aannemen dat andere lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen. Eiser heeft dit vermoeden niet met concrete aanwijzingen kunnen weerleggen. Ook de medische situatie van eiser vormt geen grond voor een ander oordeel, aangezien Kroatië noodzakelijke medische zorg biedt en bijzondere medische behoeften bij overdracht worden gemeld.
De rechtbank zag geen aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen over het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.