Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. In een eerdere uitspraak had de rechtbank de minister al een beslistermijn van acht weken opgelegd met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft de minister niet binnen de gestelde termijn beslist, waarna eiseres opnieuw beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister nog geen besluit heeft genomen en de dwangsom inmiddels is verbeurd. De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van 90 dagen op, rekening houdend met het fifo-principe dat de minister hanteert, en bepaalt dat de minister uiterlijk 1 april 2025 een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 7.500,-. Tevens worden de proceskosten van eiseres aan de minister opgelegd.