Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 21 februari 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen hiermee instemden. Eisers kregen vrijstelling van griffierecht toegewezen. De rechtbank stelde vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden en dat eisers de minister rechtsgeldig in gebreke hebben gesteld.
De rechtbank volgde het fifo-principe zoals eerder vastgesteld in een eerdere uitspraak en bepaalde dat de minister uiterlijk 30 november 2025 een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom werd vastgesteld op €1.442. Daarnaast werd de minister veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €437,50.
De uitspraak bevestigt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat de minister gehouden is binnen de gestelde termijn te beslissen, onder dreiging van een dwangsom.