ECLI:NL:RBDHA:2024:20779
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstel vertrek wegens onvoldoende aantoonbare ontoegankelijkheid medische zorg in Marokko
Eiser, een Marokkaanse staatsburger met ernstige gezondheidsproblemen waaronder een hartaanval, verhoogde cholesterol en een paniekstoornis, verzocht op 13 februari 2023 om uitstel van vertrek uit Nederland op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De minister wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat eiser onder voorwaarden kan reizen en dat adequate medische zorg in Marokko beschikbaar is.
Eiser betwistte dit advies en voerde aan dat het BMA-advies onzorgvuldig was, de medische zorg niet feitelijk toegankelijk is vanwege de grote reisafstand en dat mantelzorg essentieel is. Tevens stelde eiser dat de hoorplicht door verweerder was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was opgesteld op basis van de medische gegevens van eiser en dat verweerder terecht van dit advies is uitgegaan. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de medische zorg in Marokko voor hem niet toegankelijk is, mede omdat de reisafstand niet per se ontoegankelijkheid betekent en mantelzorg niet als essentieel werd erkend door het BMA. Ook was er geen sprake van schending van de hoorplicht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank de kosten aan eiser oplegde.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.