ECLI:NL:RVS:2023:145
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering uitstel vertrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 maart 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve uitstel van vertrek. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdeling overhandigde nadien aanvullende stukken, waaronder verklaringen van medische behandelaars en advocaten uit Irak, die echter niet vertaald waren en pas na de uitspraak van de rechtbank waren ingediend. De Raad van State kon deze stukken niet betrekken bij de beoordeling omdat de vreemdeling niet aannemelijk maakte waarom deze niet eerder konden worden overlegd.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende had onderbouwd dat de noodzakelijke medische zorg voor zijn minderjarige zoon in Irak feitelijk niet toegankelijk is, met name omdat niet was aangetoond dat hij zelf de kosten moet dragen en niet over voldoende middelen beschikt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.