ECLI:NL:RBDHA:2024:20861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet
De minister van Asiel en Migratie heeft op 21 oktober 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend. De rechtbank heeft deze maatregel reeds eerder beoordeeld in een uitspraak van 1 november 2024, waarin werd geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was.
In de huidige procedure richt de beoordeling zich op de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 29 oktober 2024. Eiser stelt dat het zicht op uitzetting ontbreekt omdat de Marokkaanse autoriteiten geen medewerking zouden verlenen sinds de aanvraag van een laissez-passer op 25 oktober 2024. De rechtbank oordeelt dat uit vaste rechtspraak volgt dat het zicht op uitzetting naar Marokko in het algemeen niet ontbreekt en dat het uitblijven van reactie van de Marokkaanse autoriteiten onvoldoende is om te concluderen dat zij geen laissez-passer zullen verstrekken.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het eerdere oordeel dat de maatregel rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.