ECLI:NL:RBDHA:2025:842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en gebrek aan zicht op uitzetting naar Marokko
De minister legde op 21 oktober 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd eerder door de rechtbank getoetst en als rechtmatig beoordeeld in uitspraken van 1 november en 4 december 2024. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
Eiser voerde aan dat het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt omdat de Marokkaanse autoriteiten niet meewerken aan de aanvraag van een laissez-passer en zijn familie zijn terugkeer niet ondersteunt. De rechtbank oordeelde echter dat er wel zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, aangezien de Marokkaanse autoriteiten nog niet hebben afgewezen en enige tijd gegund moet worden voor de afgifte van het document.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 29 november 2024 rechtmatig is en dat er geen nieuwe feiten zijn die tot een ander oordeel leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.