De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van verzoekster tot veroordeling van de minister van Asiel en Migratie in de proceskosten. Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister. Tijdens de procedure kwam de minister alsnog tegemoet door een besluit te nemen.
De rechtbank besloot het beroep niet op zitting te behandelen, omdat partijen geen zitting wensten. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank bij gedeeltelijke tegemoetkoming van het bestuursorgaan de proceskosten veroordelen.
De minister had toegezegd de proceskostenvergoeding te betalen. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €437,50 voor rechtsbijstand en veroordeelde de minister tot vergoeding van deze kosten en het griffierecht van €187,-. Het verzoek werd als kennelijk gegrond toegewezen.