Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 19 september 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting en heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling toegewezen. Vastgesteld is dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden en dat eisers de minister rechtsgeldig in gebreke hebben gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt de minister op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen. Tevens legt zij een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers tot €437,50 en wijst zij het griffierecht toe. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.